Archives

De roadtrip van jinglemaker Jon Wolfert

De auto van Jon Wolfert vanaf september 1971 – foto JAM

08.10.2021 – Het is 9 september 1971. De nog jonge Jon Wolfert in New York krijgt een telefoontje (dat hij op een bandrecorder opneemt!!) van Bill Meeks van jinglebedrijf PAMS in Dallas. Jon is aangenomen! Op maandag 27 september 1971 kan hij beginnen.

Jon koopt op advies van zijn moeder een nieuwe groene Plymouth Duster auto en reist ermee in 4 dagen naar Dallas, van donderdag 23 september tot en met zondag 26 september 1971. Hij bezit al een Panasonic 5 inch real to real bandrecorder met batterijen, en neemt die mee in de auto op zijn roadtrip. Via de speakeruitgang van de autoradio maakt hij opnamen van de AM-autoradio. Dat levert in totaal meer dan 4 uur aan airchecks op.

Twee weken geleden stond Jon Wolfert in zijn wekelijkse show op Rewound Radio stil bij dat jubileum, precies op dat moment 50 jaar terug. In vier rubriekjes Jingletime laat hij fragmenten horen van de airchecks en vertelt hij anekdotes. Het beluisteren waard!

Een Panasonic 5 inch real tot real recorder,
niet 100% het exemplaar dat Jon meenam.

Jinglestudio PAMS zoekt huurders

16.05.2021 – Wie een werkruimte zoekt in … zeg nou eens Dallas, Texas, kan terecht in het oude PAMS studiogebouw aan de 4141 Office Parkway. Daar zijn 5 van de 16 suites nog altijd te huur. Die 5 bevinden zich allemaal op de begane grond. Twee ervan liggen naast de kantine, dus we vermoeden dat potentiële huurders bang zijn voor geluidsoverlast uit die kantine. En dat terwijl er al jaren geen jingles meer te horen zijn in het gebouw dat 3 km ten noordoosten van Dallas centrum ligt. Toen we hier in 2014 al over schreven, liep het ook al geen storm.
Wie nu anno 2021 interesse heeft, kan hier kijken.

Geen PAMS jingles, maar PAMS singles

De enige 2 popsingles – voor zover wij weten – die in de PAMS studio in Dallas zijn opgenomen.

17.05.2020 – Geen PAMS jingles, maar PAMS singles. PAMS jingles zijn er honderdduizenden. Miljoenen. Maar PAMS singles zijn er maar 2, zo lijkt het. Maar wel allebei van dezelfde band: The Bear Fax. Die had de eer om in 1967 voor het label Fuzz precies 4 nummers op te nemen in de beroemde PAMS jinglestudio aan de 4141 Office Parkway in Dallas. De titels zie je op de labels van de plaatjes, zie hierboven. Het nummer Out of our tree tref je ook op Youtube aan. Curieus, niet…?
Wie dit Rolling Stones sound-a-like nummer leuk vindt, kan het ook vinden op Apple Music. Want wie herkent nou níet het gitaarriffje uit ‘(I can’t get no) Satisfaction’? En nu terug naar de jingles…

Jingles mixed +++ Jingles mixed +++ Jingles mixed

28.03.2020 – Jingles mixed +++ Jingles mixed +++ Jingles mixed +++ De Amerikaanse zangeres Annagrey Brooks Wiechman is een paar dagen per week aan het werk in de TM Studios in Dallas Fort-Worth in Texas. Ze zingt daar jingles in, en doet dat met veel inzet. Ook zij zit deze dagen noodgedwongen thuis. En wat doe je dan als jinglezangeres? Zeker: zingen! Kijk maar op haar Facebookpagina.

Jingles mixed +++ Jingles mixed +++ Jingles mixed +++

Ook Radioscape, van de sympathieke jinglecomponist Johnny Hooper, heeft zich aangesloten bij de rij bedrijven die gratis corona-muziekbedjes aanbiedt. Luister maar hier.

Jingles mixed +++ Jingles mixed +++ Jingles mixed +++

Jinglefreak Steven Geisler heeft een verslavende montage gemaakt van een cut uit PAMS-series 17 New Frontier. Het gaat om de song It’s the thing to do. In deze montage hoor je het lied bijna 40 keer terug We laten wel een waarschuwing uitgaan: de melodie blijft in je hoofd hangen! Zeg niet dat we je niet hebben gewaarschuwd.

Jingles mixed +++ Jingles mixed +++ Jingles mixed +++
En Jeroen van Inkel heeft een nieuwe podcast online gezet met als titel: Adam en Jeroen weer samen. Jeroen van Inkel en Adam Curry kijken terug naar 1984, de tijd van Radio Decibel, het illegale radiostation waar het ooit allemaal begon. Natuurlijk gaat het ook over Trump, de binnengekomen post en is er een opvallende link tussen de Jingles van toen en de Voice van nu. Luister maar.

Met dank aan Albert Pleijsier.