De Tourflitsjingle – wie zijn de makers?

De totstandkoming van een van de beroemdste jingles van Nederland

Door Benno Roozen

26.07.2026 – Er zijn maar weinig radiojingles die het meer dan veertig jaar uithouden. De Tourflits-jingle van NOS Radio Tour de France vormt daarop een bijzondere uitzondering. Sinds 1981 klinkt hij, vrijwel ongewijzigd, tijdens de Tour-uitzendingen. Daarmee behoort hij tot de langst gebruikte radiojingles van Nederland: 46 jaar op de radio!

Over het ontstaan van de jingle is echter weinig bekend. Voor Jingleweb blikken Eddy Ouwens en Cees Stolk terug op de totstandkoming van het omvangrijke NOS-radiovormgevingspakket dat zij in 1980 samen met componist en producer Martin Agterberg ontwikkelden. Dat pakket bestond uit 129 tunes en jingles voor uiteenlopende radioprogramma’s. Eén daarvan groeide uit tot een blijvende radioklassieker.


De opdracht

In 1980 kreeg producer, componist en zanger Eddy Ouwens, bij het grote publiek vooral bekend onder zijn artiestennaam Danny Mirror, van de NOS de opdracht een compleet pakket tunes en jingles te ontwikkelen voor verschillende radioprogramma’s en programmamakers. De opdracht was omvangrijk en kwam van radiovormgever Hans Hogendoorn en muzieksamensteller Herman van der Velden, beiden van de NOS. Er moest nieuwe vormgeving komen voor onder meer De Avondspits van Frits Spits, De Rock & Roll Methode van Felix Meurders, Langs de Lijn, de algemene NOS-radiovormgeving, overgangen tussen programmaonderdelen en jingles en tunes voor Radio Tour de France, dat sinds 1969 werd uitgezonden.

Voor de uitvoering werkte Ouwens samen met componist, arrangeur en pianist Cees Stolk en componist/producer Martin Agterberg. “We hebben regelmatig dagenlang met elkaar gezeten om alles door te spreken en uit te schrijven”, vertelt Ouwens. “Eigenlijk werkten we als een collectief. We schreven alles samen.” De drie componisten verdeelden de werkzaamheden niet strikt onderling. Ideeën ontstonden tijdens gezamenlijke sessies, werden uitgeprobeerd, aangepast en verder uitgewerkt. Juist daardoor is ruim 46 jaar later nauwelijks nog vast te stellen wie de eerste aanzet voor een afzonderlijke jingle gaf.


129 jingles

Het uiteindelijke pakket bestond uit 129 jingles en tunes. Die werden niet tijdens één lange opnamesessie geproduceerd, maar verspreid over meerdere dagen.
De instrumentale partijen en een deel van de zang werden opgenomen in Studio Soundhouse in Schiedam, waar Martin Agterberg als producer de sessies leidde. De overige zangpartijen werden later opgenomen in VARA Studio 6 aan de Heuvellaan in Hilversum.

In totaal vonden ten minste drie, en mogelijk vier, afzonderlijke opnamesessies plaats. De studioboekingen werden verzorgd door Eddy Ouwens. Tijdens alle sessies waren namens de NOS Hans Hogendoorn en Herman van der Velden aanwezig. Hogendoorn begeleidde de productie, terwijl Van der Velden vanuit de muziekafdeling van de NOS toezicht hield op de opnamen.

De backings en zang van de jingles en tunes zoals die in de Mirasound studio’s in Wijhe zijn geadministreerd, december 1980 – foto Mirasound


December 1980

De opnamen vonden plaats in de laatste weken van 1980. Nadat alle sessies waren afgerond, werden de banden uit Soundhouse en de VARA samengebracht bij Mirasound in Wijhe. Dat gebeurde op dinsdag 9 december 1980. Die datum staat Hans Hogendoorn nog altijd helder voor de geest. Voordat de werkzaamheden begonnen, haalde hij bij een plaatselijke bakker gebak voor de medewerkers in de studio. Op de terugweg hoorde hij op de autoradio dat John Lennon was vermoord. Daardoor kreeg die dag, om meerdere redenen, een blijvende plaats in zijn geheugen.

Uit een bewaard gebleven werkdocument blijkt bovendien dat de definitieve eindmix op maandag 15 december 1980 opnieuw plaatsvond in VARA Studio 6 in Hilversum. Daar kreeg het complete project uiteindelijk zijn definitieve vorm.


Opnemen met hindernissen

De opnamen verliepen niet zonder technische uitdagingen. In Studio Soundhouse in Schiedam werd gewerkt met een 16-sporenrecorder. Voor de instrumentale basis was dat voldoende, maar zodra de uitgebreide koorpartijen moesten worden opgenomen, bleek de beschikbare capaciteit tekort te schieten. “Voor de kooropnamen hadden we meer sporen nodig”, vertelt Cees Stolk. “Een groot deel van die zestien sporen was al gevuld met instrumenten. Daarom weken we uit naar de VARA.” Ook daar diende zich echter een nieuw probleem aan. In VARA Studio 6 was op dat moment nog geen 24-sporenrecorder beschikbaar. Daarom werd een mobiele opname-installatie gehuurd bij Mirasound in Wijhe: een trailer met een mengtafel en een meersporenrecorder.

“Het werd daardoor een sessie met hindernissen”, herinnert Stolk zich. “De trailer stond buiten het gebouw aan de Heuvellaan geparkeerd. Tussen de wagen en de studio moest ongeveer 150 meter kabel worden gelegd.” De ongebruikelijke constructie maakte de communicatie tussen studio en opnamewagen er niet eenvoudiger op. Meldingen als ‘band loopt’ en ‘band gestopt’ moesten via meerdere mensen worden doorgegeven voordat ze de technici bereikten. “Het was soms net communiceren in een duikboot”, zegt Stolk.

Voormalige VARA Studio aan de Heuvellaan 33 in Hilversum – Foto Google maps


Twee werelden

Ook Eddy Ouwens kijkt met gemengde gevoelens terug op de opnamen bij de VARA. Vooral de manier van werken verschilde sterk van wat hij gewend was in commerciële opnamestudio’s. “Met alle respect”, zegt hij, “maar het was daar een behoorlijk vastgeroeste organisatie. Het liep niet zoals ik gewend was.” Hij herinnert zich een opname waarbij tien muzikanten klaar zaten om te beginnen. “Op het moment dat iedereen gereed was, bleek dat de audiotechnicus eerst iemand uit een andere studio moest laten komen om de opnamekoppen met alcohol schoon te maken. Normaal gesproken duurt dat hooguit een minuut en doe je dat vooraf zelf. Hier moest eerst een collega in een grijze stofjas uit een andere studio komen. En ondertussen zaten tien muzikanten te wachten.” Volgens Ouwens typeerde dat het verschil tussen een commerciële studio en een grote omroeporganisatie.

Vlaaitjes om elf uur
Ook Cees Stolk bewaart levendige herinneringen aan de werkwijze bij de VARA. “Om kwart voor elf werd het werk plotseling stilgelegd”, vertelt hij. “Om elf uur kwamen er vlaaitjes in de kantine en daar moest je snel bij zijn, anders waren ze op.” De opnamen lagen daardoor korte tijd stil. “Het was een heel andere manier van werken dan wij gewend waren. In een commerciële studio draaide alles om efficiëntie. Vergeet niet dat een studio destijds ongeveer 4.500 gulden per dag kostte. Dat was veel geld.” Het team had daarom een eigen motto. “Lezen als een raaf, spelen als een speer.”

Jingles met een knipoog

Het pakket bestond niet uitsluitend uit functionele stationsjingles. Tussen de 129 producties zaten ook enkele muzikale knipogen. Een daarvan was een bewerking van Tulpen uit Amsterdam, het lied waarmee Herman Emmink eind jaren vijftig een grote hit had. Voor De Avondspits werd een nieuwe tekst geschreven, die tijdens de opnamen in Soundhouse werd ingezongen door André Hazes. “Als je bij wilt blijven, kan je ‘m niet missen… De Avondspits.”

Vrijwel iedere jingle kreeg bovendien een eigen vocale bezetting. “De meeste jingles zijn geschreven voor vier of vijf zangers”, vertelt Ouwens. “Voor bijna iedere jingle kozen we een andere combinatie van stemmen.” Daardoor kreeg iedere productie een eigen karakter, terwijl het totale pakket toch als één herkenbare vormgeving bleef klinken.


Het ontstaan van de Tourflits-jingle

Van alle 129 tunes en jingles die in 1980 voor de NOS werden geproduceerd, groeide er uiteindelijk één uit tot een klassieker: de Tourflits-jingle van NOS Radio Tour de France. Opmerkelijk genoeg weten de makers zelf niet meer precies hoe de compositie is ontstaan.
“Wie van ons drieën de Tourflits-jingle heeft geschreven, weet ik echt niet meer”, zegt Eddy Ouwens. “Volgens mij heeft Cees de eerste aanzet gegeven, maar ik kan het mis hebben.”

Ook Cees Stolk denkt dat hij de basis van de compositie heeft bedacht. Voor hem was de opdracht destijds betrekkelijk overzichtelijk. “Het moest vooral direct raak zijn. Drie, twee, één… en gaan.” Volgens hem moest de jingle een voortdurend gevoel van beweging oproepen. “Je hebt een doorlopende muzikale onderlaag nodig, met een krachtig begin. Tegelijkertijd weet je dat de muziek onder een spreekstem komt te liggen. Dan moet je oppassen met hoge instrumenten die de verstaanbaarheid in de weg zitten. Claves zou ik bijvoorbeeld niet gebruiken.” Het swingende karakter van de jingle ontstond volgens Stolk vooral door de muzikanten die aan de opname meewerkten. “Als je Jan Vermeulen vraagt, weet je dat hij het echt laat swingen.”

Een minstens zo belangrijke bijdrage kwam van de Amerikaanse trompettist Ron Limberg. “Wij noemden hem onze high-note specialist”, vertelt Stolk. “Ik kende Ron van het Rotterdams Conservatorium, waar we allebei studeerden. Hij had een fantastische toon en speelde de trompetpartij precies zoals wij die voor ogen hadden.” Ook Eddy Ouwens bewaart goede herinneringen aan Limberg. “Ron kwam via Cees bij de productie terecht. Ik heb later eigenlijk nooit meer met hem gewerkt, maar die ene bijdrage heeft wel een enorme stempel op de Tourflits-jingle gedrukt.” De krachtige trompetpartij groeide uit tot het meest herkenbare onderdeel van de compositie en is ruim veertig jaar later nog altijd onlosmakelijk met de Tourflits verbonden.

In 2001 hebben wij een speciale CD gemaakt met alle jingles en tunes van Radio Tour de France. Dit is track 21 daarvan: Hans Hogendoorn over de geschiedenis van de Tourflits jingle.

(Die CD kwam er dankzij de medewerking van de NOS, Hans Hogendoorn, Eddy Ouwens, Rein van den Broek, Frans Mijts, Top Format, JAM en vele anderen.)


Een bijzondere opdracht

Voor Eddy Ouwens en Cees Stolk was het NOS-project geen gewone opdracht. “Nee, zeker niet”, zegt Ouwens. “Het was een enorme uitdaging. We moesten voortdurend oplossingen bedenken voor de technische beperkingen waar we tegenaan liepen.” Hoewel de componisten voor hun werk werden betaald, bleef het financiële rendement beperkt. De auteursrechten leverden na de eerste uitzendingen nog jarenlang inkomsten op, maar die moesten wel door drie componisten worden gedeeld. “Dat ging uiteindelijk om kleine bedragen”, zegt Ouwens. “Dit soort opdrachten doe je niet voor het grote geld.”

Voor Cees Stolk betekende het project wel een belangrijke stap in zijn carrière. “Voor mij was het echt een doorbraak. Daarna kreeg ik vaker opdrachten voor de omroep. Zo maakte ik later onder meer de tunes voor de Natte Neuzen Show van Martin Gaus en de Ojevaarsjo van Léonie Sazias.

Oud NOS-vormgever Hans Hogendoorn voor het voormalige pand van Mirasound in Wijhe – Foto Jelle Boonstra


Op zoek naar een eigen geluid

Vanaf het begin stond voor Ouwens één uitgangspunt vast: de muziek moest direct herkenbaar zijn. “We zochten naar een sound met kracht en energie. Ik kwam uit de wereld van de commercials. Daar gold één regel: iedere commercial moest voelen als een hit. Die gedachte namen we ook mee naar deze jingles.” Dat uitgangspunt is volgens hem nog altijd hoorbaar in het pakket uit 1980. De meeste tunes waren kort, melodieus en onmiddellijk herkenbaar — precies zoals radiovormgeving volgens de makers moest zijn.

Terugkijken na 46 jaar

Ruim vier decennia later kijken de makers met verschillende gevoelens terug op het eindresultaat. Waar Eddy Ouwens vooral trots is op wat het team heeft bereikt, blijft Cees Stolk kritisch luisteren.
“Over het eindresultaat verschillen de meningen “, zegt Stolk. “De opnamen uit Schiedam zijn uiteindelijk maar beperkt op de radio gebruikt. Ik weet nog steeds niet precies waarom. De koortjes klonken wat onzeker. Al na een paar jingles hoorden we dat het niet helemaal was geworden zoals we hadden gehoopt.” Volgens hem zat het verschil vooral in de samenstelling van de zanggroepen. “De koorleden die later bij de VARA de jingles inzongen, werkten veel met elkaar samen en waren daardoor uitstekend op elkaar ingespeeld. In Schiedam was dat veel minder het geval.”

Eddy Ouwens kijkt met meer tevredenheid terug. “In alle bescheidenheid vind ik dat we een geslaagd pakket hebben gemaakt. Natuurlijk zijn er jingles die nauwelijks zijn gebruikt, maar dat hoort erbij.” Hij wijst op een ander voorbeeld van de blijvende invloed van het pakket. “Nog altijd opent NOS Langs de Lijn met ‘NOS, NOS, NOS Radio…’. Dat is ook een jingle uit dit pakket. Dat zoiets na zoveel jaren nog steeds wordt gebruikt, vind ik prachtig.” Ouwens noemt daarnaast de componist die hem zijn hele loopbaan heeft geïnspireerd. “Ik ben altijd een groot bewonderaar geweest van Quincy Jones. Zijn Chump Change was jarenlang de tune van NOS Langs de Lijn. Als ik ooit een zoon had gekregen, had hij waarschijnlijk Quincy geheten.”

Nog altijd herkenbaar

Tijdens de Tour de France luistert Eddy Ouwens nog regelmatig naar de radio. Wanneer de Tourflits-jingle klinkt, voelt hij nog steeds een zekere trots. “Ja, absoluut. Dat gevoel blijft.” Toch luistert hij ook met een kritisch oor. “Ik vind dat de opname tegenwoordig wat dof klinkt. Met iets meer midden en hoog zou hij nog beter klinken.” Het typeert de betrokkenheid van een componist die zijn werk, ook na ruim veertig jaar, nog altijd met professionele belangstelling beluistert.

Geen foto’s

Van de opnamesessies bestaan vrijwel geen foto’s. “Nee”, zegt Ouwens. “Daar dacht je toen helemaal niet aan. Je was aan het werk en liep niet met een camera rond.” Dat was begin jaren tachtig vanzelfsprekend. “Tegenwoordig pak je even je telefoon en maak je een paar foto’s. Toen gebeurde dat gewoon niet.” Daardoor leven de opnamen vooral voort in de herinneringen van de mensen die erbij waren en in de muziek die zij achterlieten.

Een blijvende radioklassieker

Toen Eddy Ouwens, Cees Stolk en Martin Agterberg in 1980 begonnen aan het nieuwe radiovormgevingspakket voor de NOS, konden zij onmogelijk vermoeden dat één van de 129 geproduceerde jingles meer dan vier decennia later nog vrijwel dagelijks op de radio te horen zou zijn. De Tourflits-jingle heeft de tand des tijds opmerkelijk goed doorstaan. Niet doordat hij ingrijpend werd aangepast, maar juist doordat hij vrijwel onveranderd bleef. Daarmee groeide hij uit tot een herkenningsmelodie voor generaties radioluisteraars en tot een klein, maar bijzonder stukje Nederlandse omroepgeschiedenis.

Afgelopen donderdag 23 juli 2026 waren André van Duin en Ferry de Groot als Dik Voormekaar en meneer De Groot te horen in NOS Radio Tour de France op NPO Radio 1. Mét een speciale versie van de Tourflits-jingle.


WIE MAAKTEN DE TOURFLITSJINGLE EN DE ANDERE 128 JINGLES?

Medewerkers aan het NOS-radiovormgevingspakket (1980)
Componisten
Martin Agterberg
Eddy Ouwens
Cees Stolk

Zang – VARA Studio 6
Cees Stolk
Hans Vermeulen
Hilde Dianne Marchal
Jody Pijper
Pim Roos
Sandra Reemer

Zang – Studio Soundhouse
André Hazes
Anna Dekker (Dee Dee)
Bea Sonneveld-Willemstein
Cees Stolk
Eddy Ouwens
Hans de Ruyter
Jaap van de Mooren (Jay Delmore)
Lisa Schulten-Noordholt (Lisa Boray)
Martin Agterberg

Muzikanten
Cees Stolk – piano, synthesizer
Emanuel Klein – cello
Eddy Conard – percussie
Hans de Ruyter – zang
Jan Vermeulen – basgitaar
Martin Agterberg – gitaar, synthesizer
Henny Langeveld – accordeon
Rien Rijke – trombone
Ron Limberg – trompet
Tom Barlage – saxofoon
Ton op ’t Hof – drums

Mogelijk werkte ook Louis de Bij (drums) aan één of meer sessies mee. Dat is vooralsnog niet met zekerheid vastgesteld.

Techniek Studio Soundhouse
Fred de Groot

Techniek VARA Studio 6
Fred de Beer
Ferry Sluyter

Techniek Mirasound
Gé Voskuylen

Namens de NOS
Hans Hogendoorn – productie
Herman van der Velden – muziekafdeling

Copyright afbeeldingen: NOS, tenzij anders vermeld