Omroepbanden


Omroepbanden in soorten en maten

“Heeft U daar een bon voor?!”
Deze kreet kennen we, uitgesproken door een van de typetjes uit de Dikvoormekaar Show van André van Duin. Maar deze uitroep vindt zijn oorsprong in de bandengeschiedenis van de Nederlandse Omroep.

Witte handschoenen
Ergens in de jaren ’60 zal de NRU, voorloper van de NOS, begonnen zijn met het bandenbeheer. In den beginne waren er 2 soorten: een A-band en een B-band. Het verschil zat ‘m in de lengte. Op enig moment, begin jaren ‘70 werden er nieuwe banden geïntroduceerd. Dat werden de NA en de NB-banden. De N staat dus niet voor NOS of NOB maar voor Nieuw, dus nieuwe A-banden en nieuwe B-banden.

Een NA-band had een minimale lengte van 37 minuten bij 38 cm/sec. een NB-band een minimale lengte van 17 minuten bij 38 cm/sec.
NA-banden werden gebruikt voor o.a. muziekregistraties en programma’s die vooraf werden opgenomen. Een programma duurt vaak tussen de 55 en 58 minuten, afhankelijk van lengte van nieuws en STER. Vaak werd, uitgaande van deze optiek, een combinatie gemaakt van een NA en een NB-band. Te doen gebruikelijk dat de NA de 1e band was en de NB aansluitend, of op tijd gestart diende te worden.
Dat ging wel eens mis…, vandaar dat André van Duin daar destijds voor de banduitzendingen van zijn Dikvoormekaar Show een compleet spektakel omheen bouwde: “…attentie…, de witte jassen en de witte handschoenen kunnen weer aan…. En nu even opletten… Ja… Jah… dar komtie… bandwissel NU!”.

Doesburgse schijf

Sommige programmamakers wilden niet het risico lopen dat de 2e band niet of verkeerd gestart werd. Zij namen hun programma op, op de halve snelheid, 19 cm/sec. Dan verdubbelde de tijd, op een NA kan dan plm. 74 minuten vastgelegd worden. Ruim voldoende dus voor een uurtje handzame radio.

Er was ook een gouden regel, in een NA-band wordt niet geknipt met de schaar. Bij de NOS werd daarom een unieke montagemethode toegepast, waarbij de audio van de ene band naar de andere werd gekopieerd. Dat gebeurde met hulp van de zes-slagen methode met de Doesburgse schijf, een onderdeel (links op de foto) van de Telefunken M15a, de professionele magnetophon waarop de banden werden afgespeeld en waarmee de opnamen werden gemaakt. Deze Doesburgse schijf was zelf binnen de NOs ontwikkeld door Cor Doesburg, voormalig chef Programmatechniek van de NOS, maar da’s weer een ander stukkie historie. Nadeel van de kopieerslag is de toename van ruis, maar bij een snelheid van 38 cm/sec. viel dat alleszins mee.
Als er dan toch noodgedwongen een mechanische knip werd gemaakt, diende de technicus die op de achterzijde van de doos aan te geven. Daarvoor was een speciale kolom beschikbaar. Verder stond er op de achterzijde de testdatum van de band en een eventuele wisdatum voor hergebruik.

Ook in een NB-band diende niet hard geknipt te worden, maar dat heette iets minder erg te zijn dan in een NA-band. De NA- en NB-banden zaten in een rode of oranje doos.

De AK-band, genoemd als afkorting van Aktualiteit, was met name bedoeld voor, de naam doet dit reeds vermoeden, de dagelijkse actualiteitenprogramma’s. In een Aktje mag naar hartenlust elektronisch en/of mechanische geknipt worden. In elke radiostudio in Hilversum waren Aktjes ruim voorhanden. Voor een beetje actualiteitenprogramma was er al gauw een stapel van 15 tot 20 exemplaren nodig. In de wandelgang werden deze bandjes ook wel toepasselijk aanklooibandjes genoemd.


Ak’tje
Elke band, had een uniek nummer, zo ook de Ak’tje, overigens immer ondergebracht in een blauw doosje. Met de komst van Veronica Nieuwsradio binnen het publieke bestel kregen deze een extra nummer. Nieuwsradio volgde een apart format, een bandje met een 100 nummer was voor binnenlands nieuws, een buitenlands item een 200 item. Dus behalve het eigen AK-nummer zit er linksboven nog een extra stickertje met nummer 105, 212 enzovoort. Daar was niet iedereen gelukkig mee, want Veronica had in het begin van hun publiek omroepbestaan nog geen eigen radiostudio’s dus in AVRO, NCRV of VARA studio’s zwierven ook Ak’tjes rond met 2 nummers. Je kan je maar ergens druk om maken…

De lengte van een Ak’tje was plm. 6 minuten, maar meer dan eens verdween onder de druk van montage of uitzending een deel naast de machine, bijvoorbeeld omdat een item later ingestart werd, dan was het makkelijker even snel door te spoelen naar gewenst startpunt en alles daarvoor los te knippen. Dan op de grond poneren en aan het einde van de klus dit ter prullenband verzamelen. In hoeverre dat milieutechnisch verantwoord was, zal in die tijd niemand echt een zorg zijn geweest.


Grensoverschrijdend voorstel
In mindere getalen, maar wel degelijk bestaand waren de NP-bandjes. Staat voor: Nieuwe Productie. Wekelijks werden er vele Omroeporkesten vastgelegd op band. Als er een dergelijke sessie was, werd voor elk gespeelde nummer een nieuw NP-bandje op de Telefunken M15 opgelegd. Bijvoorbeeld een afgemixte productie van het Metropole Orkest werd op een NP opgenomen. En de EO gebruikte de NP om er de eigen opgenomen psalmen op te zetten. Een knip met schaar maken in een NP is vergelijkbaar aan een grensoverschrijdend voorstel aan een vrouwelijke medewerker van de Fonotheek…
Dat doe je niet.
De Np’tjes werden omvat door een groenkleurig doosje. Een NP van verkrijgbaar in 2 lengtes, 6 minuten en 12 minuten. Duidelijk aan de voorzijde van de doos aangegeven.
En voor de coureurs onder ons, dit alles met de standaard bandsnelheid van 38 cm/sec.

Zoals gemeld de verschillende banden hadden verschillende kleuren, NA’s en NB’s oranje of rood, AK’s blauw en NP’s groen. Een NA-doos had de grootte van een LP, al gauw een inch of 12, afmetingen van NP en AK-doosjes kwamen overeen met een singletje, ook wel 7 inch.
Een NA-band had een nog zeer functioneel gebruik, prima bruikbaar als dienblad. Menig NA is dan ook op de juiste plekken voorzien van koffiekringen. Weer een nadeel van de hedendaagse digitale bandvervangers. vind maar eens een technicus die bereidt is een harddisk ter beschikking te stellen om koffie te halen.

Het A4-tje met de geprinte uitzendtekst werd steevast in de doos geschoven voor presentator en een kopie voor de regisseur.

Daarnaast waren er nog enkele anders benoemde banden, de GA, voorzien van geluiden opgeslagen in het geluidenarchief. En de HA banden, die vormden het Historisch Archief.

Heeft U daar een bon voor?
En dan nog een mantra waarmee elke programmatechnicus destijds werd opgevoed, bij een band hoort altijd een bon oftewel “Een Band zonder Bon is een moederloos veulen!”. Op de bon alle bijzonderheden als programmatitel, locatie, naam van technicus en programmamaker. En op elke bon stond het nummer van de bijbehorende de band, en dat ook weer andersom, op elke band staat het bonnummer. In de Fontheek was de afdeling bandenbeheer te vinden, bestaande uit de 2 belangrijkste fysieke onderdelen: banden en bonnen.
Dus de legendarische bijdrage van André van Duin: “…Heeft U daar een bon voor?!” is afkomstig uit de geschiedenis van de banden met bonnenhistorie van de Nederlandsche Publieke Omroep.

Deze stickers werden op de band NA banden geplakt, hier voorbeelden van Omroep Brabant radio.

Bandenbuffer
Nog een laatste dingetje, banden binnen de radio waren tot ongekende hoeveelheden beschikbaar. Geld speelde geen rol, in die tijd waren de plinten niet zichtbaar door het geld wat daar tegenaan klotste.
In de kelder van de NOS Fonotheek stond in een speciale ruimte een stevige voorraad verse banden, de zogenaamde bandenbuffer. Daar stonden aan het eind van elke werkdag minimaal 1000 NA en 1000 NB banden. Elke dag werd in een speciale ruimte in het Muziekpaviljoen door een clubje assistent-programmatechnici banden getest, gewist en weer gearchiveerd.
Dus een programmamaker of technicus die een band mee naar huis nam voor eigen archief werd niet vreemd aangekeken, er was genoeg. Menigeen die vele uren gebogen over de bandmachine heeft gestaan kan je er naar vragen. Honderden zo niet duizenden banden leven nog ergens op een stoffige zolder of in een vochtige kelder een verborgen leven met daarop mogelijk het meest prachtige historisch materiaal.

Hoe dan ook, banden zijn niet alleen een middel om programma’s mee op te slaan of items uitzendklaar te maken, maar ze zijn ook geschikt voor het maken van … jingles. Het archief van Jingleweb bevat vele honderden banden, of het nou, A’s, B’s, NA’s, NB’s, P’s, NP’s, AK’s, H’s of G’s zijn, ze zitten boordevol jingles. Die voor uitzending weer op cassettes worden gekopieerd om te worden afgespeeld. Dat hoofdstuk, dat we gemakshalve even carts noemen, volgt later op Jingleweb.

Sybrand Verwer, met dank aan Hans Hogendoorn, Paul Raaijman, Jack Holleman en Ad Roland.
Banden en foto’s: Jingleweb (tenzij anders vermeld).